Home » Ondernemersnieuws » verzekeringen » De verplichte AOV voor zzp’ers en de financiële gevolgen

De verplichte AOV voor zzp’ers en de financiële gevolgen

Geplaatst in: verzekeringen 0

AOV

Het zal je niet zijn ontgaan dat er een voorstel ligt voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zzp’ers. Het is volgens de Stichting van de Arbeid nog geen akkoord, maar een voorstel dat aan ‘de achterban’ wordt voorgesteld. Ondertussen wordt het voorstel door critici al gekwalificeerd als ‘zpp’er pesten’ en als ‘onbetaalbaar’. Tijd om even wat zaken op een rij te zetten.

De plannen om een AOV voor zelfstandigen te regelen bestaan al lang. De laatste jaren zijn er heel veel zzp’ers bijgekomen en een groot deel daarvan is niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Volgens het CBS heeft 4 op de 10 geen enkele voorziening getroffen: geen verzekering, geen broodfonds en geen vrij beschikbaar vermogen.  37% geeft aan de kosten voor een verzekering niet te kunnen betalen. Het spreekt voor zich dat de risico’s voor onverzekerden groot zijn. Bij arbeidsongeschiktheid val je terug tot bijstandsniveau of word je afhankelijk van het inkomen van je partner.

Waarom een AOV verplichten?

Als redenen om een AOV verplicht te stellen wordt vaak gewezen op het feit dat ‘de samenleving’ opdraait voor de kosten als een zelfstandige een beroep moet doen op een uitkering. Ook het verschil tussen de zzp’ers en werknemers zit sommigen dwars. Die werknemers zijn immers wel verplicht verzekerd en betalen daarvoor premie (en hun werkgever ook, dat voordeel hebben zzp’ers dan weer niet).

Het lastige van de groep zzp’ers is dat er enorme onderlinge verschillen zijn, in de aard van het werk, maar ook in inkomen. In het overleg met de overheid worden zij vertegenwoordigd door traditionele vakbonden FNV, CNV en VCP.  Werkgevers en werknemersbonden zijn verenigd in de Stichting van de Arbeid die bij de minister aan tafel mag schuiven.

Zzp’ers moeten juist vaak niets hebben van vakbonden door wie zij zich absoluut niet vertegenwoordigd vinden. Speciaal voor dit traject is de werkgroep van de Raad van de Arbeid daarom aangevuld met vertegenwoordigers van FNV Zelfstandigen en Platform Zelfstandige Ondernemers. Andere zzp-organisaties zijn wel gehoord, maar hebben niet mee-onderhandeld.

Maximaal 200 euro per maand

Zoals het plan er nu uitziet, wordt de premie voor de AOV inkomensafhankelijk. De premie bedraagt maximaal 200 euro bruto per maand en dat kan – na een standaardwachttijd van een jaar – een dekking van 1.650 euro per maand opleveren. Dat is niet veel, maar wie meer wil, of eerder uitbetaald wil krijgen, moet zich aanvullend verzekeren bij een commerciële verzekeraar. Die overigens niet verplicht is om je te accepteren, wat voor risicovolle beroepen of oudere zzp’ers wel eens kan betekenen dat extra verzekeren er niet inzit.

Er ligt nu dus wel een voorstel, maar volgens onderzoek van ZZP Nederland is zo’n 80% van de zzp’ers tegen het plan. Roos Wouters, oprichter en aanjager van de Werkvereniging, heeft via diverse media haar ongenoegen over de huidige voorstel geuit: “Het is duidelijk dat de werkgroep van de Stichting van de Arbeid niets gedaan heeft met de inbreng van 22 zzp-organisaties. Onze inzet was een verzekering voor alle werkenden, met een wachttijd van minimaal 2 jaar en een nominale premie.”

“Dit lijkt zo wel erg veel op de oude WAZ: veel betalen voor weinig. Daarmee lijkt dit voorstel eerder een maatregel om een gelijk speelveld te creëren dan een echte oplossing voor de lage verzekeringsgraad onder zzp’ers.”

Er is nu nadrukkelijk sprake van een voorstel en de weg naar een wettelijke regeling is nog lang. De verwachting is dat er niet eerder dan 2024 sprake is van een verplichte verzekering.

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *